U bent hier:   Home
  |  Inloggen

Article Details

Projectweek 15-19 januari
Bericht geplaatst op: 10-1-2018


Voor klas 4 en klas 3 bestond hij al: de projectweek. Maar dit schooljaar organiseren we een projectweek voor alle jaarlagen (klas 6 uitgezonderd). In de week van 15 tot en met 19 januari vervallen alle reguliere lessen en storten de leerlingen zich op vakoverstijgende projecten.


Klas 1 verdiept zich binnen de Klassieke Talen, kunst, Nederlands en drama in de Griekse en Romeinse mythologie. De leerlingen werken in groepsverband aan het presenteren van één klassieke mythe in vertelkunst en beeldhouwkunst. Elke klas wordt verdeeld in 5 groepjes van 5 of 6 leerlingen. Iedere groep van een klas gaat een andere mythe uitwerken: Perseus en Medusa, De doos van Pandora, Koning Midas, Pyramus en Thisbee of Oedipus
. De groepen die dezelfde mythe uitwerken worden samengevoegd tot een lesgroep. De leerlingen volgen de lessen dus in deze groepssamenstelling en komen pas aan het eind van de week op vrijdagmiddag weer als klas bij elkaar. Tijdens de week krijgen ze een workshop van verhalenverteller Paul Groos, volgen ze bij klassieke talen hoorcolleges beeldhouwkunst en mytholgie waarbij ze met nog meer mythes kennis maken. Bij kunst gaan ze aan de slag bij kunst om sculpturen te maken van de personages uit hun mythe. Bij Nederlands en drama werken de leerlingen aan de vertelling van hun mythe, die op vrijdagmiddag in klassenverband wordt opgevoerd. 


In de projectweek van klas 2 houden de leerlingen zich bij de moderne vreemde talen de hele week bezig met sprookjes.
Allereerst gaan ze in op de kenmerken en de verschillende soorten van dit genre. Wat maakt een sprookje een sprookje? Waar komen sprookjes vandaan? Zo zijn er bijvoorbeeld volks- en cultuursprookjes. Wat zijn de overeenkomsten en de verschillen tussen deze soorten sprookjes? Hoe zit het met sprookjes in het Duits, Frans en Engels? Later in de week werken leerlingen in groepjes aan een hervertelling en verfilming van een bekend sprookje, die ze in het Duits of Frans opvoeren, begeleid door een Engelstalige verteller. Het resultaat wordt vertoond en beoordeeld door docenten en mede-leerlingen. De week wordt afgesloten met een award-uitreiking. Voor de puntjes op de spreekwoordelijke i gaan de leerlingen op maandag naar Amsterdam om enkele workshops te volgen.


Alle leerlingen in klas 3 krijgen ondersteuning bij hun profiel- en vakkenkeuze voor de bovenbouw in de vorm van het programma Loopbaanoriëntatie en -Begeleiding (LOB). Vanuit deze LOB gaan de leerlingen dit jaar tijdens de projectweek van maandag 15 januari t/m vrijdag 19 januari aan de slag met het project “De Essche Stroom”. Dit vijfdaagse project is opgezet om leerlingen inzicht te laten krijgen in diverse beroepen terwijl ze van elkaar leren en bezig zijn met onderzoeksvaardigheden, academische vaardigheden en samenwerken. In de rol van expert in een vakgebied gaan de leerlingen onderzoeken wat de gevolgen zijn voor de omgeving van de geplande aanpassingen aan de rivier de Essche Stroom. Deze aanpassingen zijn bedacht door ingenieursbedrijf Royal Haskoning DHV in opdracht van Waterschap de Dommel. De Essche Stroom is nu een onaantrekkelijke traag stromende beek die een onopvallende bijrol in het landschap speelt. Bovendien kunnen er in situaties van extreem hoogwater gebieden onder water komen te staan op plekken waar we dat eigenlijk niet wensen. Het waterschap zoekt voor de afvoer tijdens extreem hoogwater een oplossing. De leerlingen gaan kijken hoe ze de Essche Stroom kunnen aanpassen, herinrichten en verbeteren om de rivier weer in beweging te laten komen. Water moet immers kunnen stromen zodat er weer leven in komt, in letterlijke en figuurlijke zin. Wanneer de Essche Stroom weer beweegt, beweegt het landschap mee. Zowel Royal Haskoning DHV, waarmee Beekvliet al meerdere jaren een samenwerkingsverband heeft, als Waterschap De Dommel zullen gedurende het project ondersteuning verlenen; (vak)docenten zullen de diverse expert- en projectgroepen tijdens deze vijf dagen begeleiden. De expertgebieden waarin de leerlingen zich zullen verdiepen zijn communicatie, ecologie, gezondheid, geografie en landmeten, archeologie, economie en recht, en bodemtechnologie. De leerlingen gaan ook op locatie in het Essche Stroomgebied onderzoek doen en uiteindelijk zullen de diverse projectgroepen, bestaande uit de leerlingexperts van verschillende vakgebieden, komen tot een presentatie. Daarnaast wordt aan het begin van elke projectdag, als een soort warming-up, informatie gegeven over de inhoud van de “nieuw” te kiezen vakken in klas 4 door de betreffende vakdocenten. Het gaat daarbij om de vakken kunst, biologie, aardrijkskunde, geschiedenis, filosofie, wiskunde en economie.


De leerlingen van klas 4 volgen afhankelijk van hun profiel het beta- of gramma-project; beide projecten starten al op vrijdag 12 januari en duren zes dagen.

In het Gamma-Project gaan de leerlingen van de Maatschappijstroom zich en week lang buigen over een actueel geopolitiek thema. Dit jaar de situatie rondom Noord-Korea en de nucleaire proliferatie en hedendaagse internationale crisis die recent is ontstaan. De leerlingen zullen een week lang colleges volgen vanuit verschillende disciplines over het Land en de Machthebbers en het politieke toneel: filosofie, geschiedenis, geografie en economie. Ook gaan zij college volgen op de Universiteit over Noord Korea. Dit alles met als doel het individueel schrijven van een academisch essay over een deelonderwerp. Dat project zullen ze in verschillende redacties ondergaan die grotendeels zelfsturend zijn.

De natuurstromers van klas 4 werken aan het project Sportanalyse. Daarbij onderzoeken zij het verband tussen de conditie van sporters (zijzelf!) en het geleverde vermogen op een fitnessapparaat. Ze ontwerpen bij natuurkunde een meetopstelling om het vermogen te meten; bij scheikunde en biologie werken ze met verschillende analysemethoden om vast te stellen hoeveel CO2 en zuurstof er in hun ademhaling zit, voor en na inspanning. Uit deze waarden kan een maat voor de conditie worden bepaald. In het wiskundige onderdeel van het project analyseren ze de
natuurkundige meetmethode en bekijken ze hoe uit 3D-beelden van sportwedstrijden wiskundig afstanden en posities kunnen worden bepaald.
 


In de projectweek voor klas 5 is probleemgestuurd onderwijs (PGO) als uitgangspunt gekozen. In het PGO werken leerlingen aan de hand van een casus of open-einde probleemstelling in

een onderzoeksgroep aan een opdracht. Er wordt niet exact voorgeschreven wat de te bestuderen leerstof is en deze wordt niet in kant en klare vorm uitgelegd. Het eigen initiatief
van de leerlingen speelt een zeer belangrijke rol: zij moeten zelf een probleem analyseren, zelf leerdoelen formuleren en zelf literatuur zoeken en verwerken. De docent heeft een
faciliterende rol: hij/zij begeleidt het actieve, zelfgestuurde leerproces van de studenten, de groepsdynamiek en het groepsproces.
Op de eerste dag van de projectweek gaan alle leerlingen op excursie naar een bedrijf of instelling. Er zijn zes verschillende excursies: De Nederlandsche Bank in Amsterdam (3 groepen), Innosportlab Sport en Beweeg in Eindhoven (1 groep), Het Donders Instituut en Museum voor Anatomie en Pathologie in Nijmegen (2 groepen), Afdeling Viroscience van het Erasmus Medisch Centrum in Rotterdam (2 groepen), Het Provinciehuis in Den Bosch (2 groepen), Actemium in Veghel (2 groepen). De excursie heeft enerzijds als doel om de leerling kennis te laten maken met een bepaald werkveld (in het kader van de keuze vervolgopleiding), anderzijds om ervoor te zorgen dat er vragen ontstaan. Want met deze vragen gaan de leerlingen de rest van de week aan de slag. Op dinsdag tot en met donderdag werken de leerlingen in een groep (max. 10) volgens het principe van probleemgestuurd onderwijs (PGO). Ze stellen het probleem vast, geven in een
brainstorm aan wat ze al weten en stellen leervragen op van wat ze nog niet weten. Vervolgens zoeken zij via bronnen naar verklaringen en oplossingen. Op vrijdag presenteren de leerlingen vervolgens aan elkaar, aan vakdocenten en aan andere belangstellenden wat ze geleerd hebben.
Deze manier van onderwijs is gekozen omdat er op verschillende hogescholen en universiteiten al wordt gewerkt met PGO en we willen onze leerlingen hier zo goed mogelijk op voorbereiden. Daarnaast worden leerlingen getriggerd vragen te bedenken die wellicht ook een uitgangspunt kunnen zijn voor hun profielwerkstuk. Dit traject start in februari ‘18. De contactmomenten zijn gering: ongeveer twee lesuur per dag. De overige tijd werken de leerlingen op school of thuis aan de gestelde leervragen. De contactmomenten zijn wel erg belangrijk. Ze zijn nodig om de leerlingen tot leervragen te laten komen, om leerlingen tussentijds van elkaar te laten leren en om te evalueren. Tijdens deze verplichte bijeenkomsten krijgen de begeleidende docenten zicht op de gemaakte vorderingen en kan waar nodig de groep bijgestuurd worden of van tips voorzien.


Terwijl de leerlingen van klas 1 t/m 5 bezig zijn met hun diverse projecten, storten de leerlingen van klas 6 zich op hun schoolexamens.






Terug