Ondersteuning en begeleiding

Al voor de invoering van het ‘passend onderwijs’ op scholen had Gymnasium Beekvliet zorg en begeleiding aan individuele leerlingen hoog in het vaandel staan. Passend onderwijs staat voor maatwerk in het onderwijs: elke leerling moet onderwijs kunnen volgen dat aansluit bij zijn of haar mogelijkheden en talenten. Voor Beekvliet is dit principe na de invoering van ‘passend onderwijs’ in 2014 onveranderd gebleven. Ons doel is om onze leerlingen in meerdere opzichten ver te brengen door ze daar waar nodig extra ondersteuning te bieden op cognitief, sociaal of maatschappelijk vlak. We maken daarbij onderscheid tussen twee vormen van ondersteuning: zorg en begeleiding. 

Zorg of begeleiding

Onder ‘zorg’ verstaan we ondersteuning aan leerlingen met bijvoorbeeld een leer- of gedragsbeperking. We denken dan bijvoorbeeld aan leerlingen met een stoornis in het autistisch spectrum, leerlingen met AD(H)D, dyslexie en dyscalculie. Ook leerlingen met gezinsproblematiek, een lichamelijke beperking of psychische problemen komen in aanmerking voor deze vorm van ondersteuning.  

De tweede vorm van ondersteuning is onze ‘begeleiding’. We bieden alle leerlingen van onze school een groot scala aan ondersteuning en trainingen ten dienste van hun onderwijskundig, persoonlijk en/of sociaal functioneren. Onder deze ondersteuning vallen het mentoraat, vakbegeleidingen, interne huiswerkbegeleiding in het Frontisterium, verbreding en trainingen gericht op studievaardigheid, faalangst en sociale vaardigheden.  

Ons zorg- en begeleidingsteam biedt op beide terreinen passende hulp aan leerlingen die dat nodig hebben. Een overzicht van alle vormen van begeleiding en zorg vindt u op deze pagina.

Dyslexie en dyscalculie

Voor leerlingen met dyslexie en dyscalculie bieden we bepaalde tegemoetkomingen, zoals bijvoorbeeld extra tijd bij toetsen. Een leerling kan voor faciliteiten in aanmerking komen, als de dyslexie of dyscalculie door een bevoegd psycholoog of orthopedagoog is vastgesteld en er aan de school een (kopie van een) rapport is overlegd. Uitgebreide informatie en een overzicht van de faciliteiten vindt u in het dyslexie- en dyscalculieprotocol.
Van sommige leerlingen is op de basisschool vast komen te staan dat zij last hebben van dyslexie. Er zijn echter altijd leerlingen bij wie dyslexie pas later een belemmerende rol in hun leren gaat spelen. Om in een vroeg stadium onderwijskundige problemen te voorkomen beschouwt de school het als haar taak om alle leerlingen begin klas 1 op dyslexie te screenen door middel van een testdictee. Leerlingen die daarin veel specifieke fouten maken, worden nog een keer getest. Mw. Willems bekijkt de resultaten en bespreekt met de ouders of de leerling wellicht gebaat is bij uitgebreid onderzoek door een externe deskundige om te zien of er inderdaad sprake is van dyslexie. 

Faalangst(reductietraining)

Leerlingen van wie de prestaties beïnvloed worden door faalangst kunnen na overleg met de mentor terecht bij mw. Willems of mw. Van Wersch. Na het voeren van een diagnostisch gesprek begeleiden zij leerlingen individueel of in groepjes. Bij ernstige problematiek kunnen zij de leerlingen doorverwijzen naar andere instanties.  
Voor leerlingen uit klas 1 bieden we indien nodig een speciale faalangstreductietraining (FART). Deze groepstraining duurt 6-8 weken, vindt plaats in de tweede helft van het schooljaar en wordt gegeven door mw. Van Wersch. Het doel van de training is dat leerlingen meer zelfvertrouwen opbouwen en leren omgaan met spanningen en situaties waarin zij angst ervaren. Leerlingen worden geselecteerd op basis van de schoolvragenlijst (SVL), die wordt afgenomen in klas 1, en op basis van observaties van de mentor en andere docenten. Ouders krijgen hiervan bericht en worden voorafgaand aan de training uitgenodigd voor een voorlichtingsavond op school. Mw. Van Wersch houdt als voorbereiding op de training met de leerlingen een individueel gesprekje. Bij de training is plaats voor 10-15 leerlingen.

Sociale vaardigheidstraining (SOVA)

Soms vindt een leerling het moeilijk contact te leggen met medeleerlingen, zich te uiten in een groep, een volwassene aan te spreken, voor zijn mening uit te komen of contact te leggen met een docent. Leerlingen uit de onderbouw die op deze vlakken problemen ondervinden, kunnen op Beekvliet SOVA-training onder leiding van mw. Van Wersch volgen. In deze groepstraining, waaraan ongeveer tien leerlingen deelnemen, leren leerlingen onder andere zichzelf te uiten, kwaliteiten te kennen en deze in te zetten, en oefenen ze het handelen in sociale situaties. Leerlingen worden geselecteerd op basis van de schoolvragenlijst (SVL), die wordt afgenomen in klas 1, en observaties van de mentor en andere docenten. Ouders krijgen hiervan bericht en worden voorafgaand aan de training uitgenodigd voor een voorlichtingsavond op school. Mw. Van Wersch houdt als voorbereiding op de training met de leerlingen een individueel gesprekje.    

Begeleiding passend onderwijs

Elke school heeft een of meerdere begeleiders voor passend onderwijs. Voor Beekvliet zijn dat dhr. Jan van den Berge en dhr. Gerben Elissen. Op vaste dagdelen begeleiden en ondersteunen zij op Beekvliet leerlingen met AD(H)D of een vorm van autisme in hun persoonlijke en schoolse ontwikkeling. Daarnaast begeleiden zij mentoren en docenten op Beekvliet indien nodig. Ook overleggen zij geregeld met de ouder(s)/verzorger(s) van de leerling, de mentor en de zorgcoördinatoren. 

Schoolmaatschappelijk werk

Leerlingen die sociaal-emotionele problemen ervaren, kunnen terecht bij onze schoolmaatschappelijk werker. De schoolmaatschappelijk werker biedt hulp aan leerlingen die niet goed in hun vel zitten, bijvoorbeeld omdat ze moeite hebben met het aangaan en onderhouden van sociale contacten, problemen thuis ervaren of klachten hebben van depressieve aard, psycho-sociale ondersteuning en begeleiding ten behoeve van het persoonlijk functioneren van de leerling alsmede zijn sociale omgeving. De stap naar deze begeleiding is laagdrempelig: de leerlingen kunnen op advies van hun mentor of de zorgcoördinator, maar zeker ook op eigen initiatief haar ondersteuning inroepen. Kortdurende trajecten begeleidt de schoolmaatschappelijk werker doorgaans zelf en indien nodig worden die in breder perspectief geplaatst met ouders/verzorgers of het netwerk van de leerling. Wanneer blijkt dat een intensiever traject nodig is, verwijst de schoolmaatschappelijk werker in overleg met de leerling en de ouders door naar andere hulpverlenende instanties buiten school. Naast haar begeleidende rol voor leerlingen heeft zij voor onze mentoren en andere docenten een adviserende en consulterende taak.